pikeur
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) africhter van paarden
- (beroep), (sport) bestuurder van een sulky bij drafsport
Etymologie
* van pikeren
Vertalingen
DuitsPferdetrainer, horse coach, Trabrennfahrer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek