piket

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paaltje, piketpaal
  2. troep soldaten of wacht die meteen moet kunnen ingrijpen
  3. groep personen die met spandoeken etc. probeert een staking af te dwingen
  4. spel (spel) kaartspel gespeeld door twee personen met 32 kaarten

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1660

Vertalingen

Spaanspiquete, piquete, los cientos