pijl

mannelijk (de)/pɛil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, sport (militair), (sport) langwerpig projectiel met scherpe punt dat met behulp van een boog afgeschoten kan worden
    Hij heeft nog meer pijlen op zijn boog.
  2. symbool in de vorm van een lange streep met twee korte strepen die samenkomen in één punt (zoals ↑, ↗, →, ↘, ↓ of ←), vaak gebruikt om ergens de aandacht op te vestigen of richting aan te geven
    Op het verkeersbord dat de wegomlegging aankondigde stond de pijl de verkeerde kant op.
  3. wiskunde (wiskunde) grootste afstand tussen een cirkel en een koorde
  4. bouwkunde (bouwkunde) afstand tussen de top van een boog en de verbindingslijn tussen de aanzetpunten
  5. haar, dun reepje
    een pijl witlof

Etymologie

*[5] van lat "pilus" "een haar, haartje"

Uitdrukkingen

  • als een pijl uit een boog

Vertalingen

Engelsarrow
Fransflèche
DuitsPfeil
Spaansflecha
Italiaansfreccia
Portugeesflecha, seta
Russischстрела
Chinees
Japans
Koreaans화살
Arabischسهم
Turksok
Poolsstrzała
Zweedspil
Deenspil