piemel
mannelijk (de)/ˈpiməl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) (informeel) geslachtsdeel van de man, penis, vooral gebruikt voor onvolgroeide jongens
Etymologie
* afgeleid van "piemelen" zonder het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘mannelijk lid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875
Vertalingen
Engelswilly, wee-wee, wiener
Franszizi, kiki
DuitsDödel, Pimmel
Spaanspajarito, pito
Italiaanspistolino
Portugeespilinha
Russischпиписька
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek