piëdestal
mannelijk (de)/pjedəˈstɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meubel) voorwerp dat bestemd is om er een beeld, vaas of ander siervoorwerp op te plaatsenDe plant werd op een piëdestal in de woonkamer gezet.We zagen de komiek naast een piëdestal waarop een telefoon stond.
- (bouwkunde) onderdeel dat de overgang tussen een zuil en de onderlaag vormtDe opbouw bestaat uit een piëdestal, gezet op een basement van voluutvormige consoles; een opstand van korinthische zuilen en halve pilasters, geflankeerd door gesneden wangstukken met krijgsattributen als kader voor de wapenfiguur; als bekroning een hoofdgestel met gebroken segmentvormig tympaan.
Etymologie
*via "piédestal" van "piedestallo", in de betekenis van ‘voetstuk’ aangetroffen vanaf 1599
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek