voetstuk
onzijdig (het)/ˈvutstʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een onderstel voor o.a. beelden en vazenHet beeld werd op een voetstuk geplaatst.
Uitdrukkingen
- Iemand van zijn voetstuk stoten — Iemand zijn of haar aanzien ontnemen (zie ook Iemand van zijn sokkel stoten)
- Van zijn voetstuk vallen — Zijn aanzien en/of machtspositie kwijtraken; een nederlaag lijden, verslagen worden
Vertalingen
Engelspedestal
Franspiédestal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek