penvoerder

mannelijk (de)/ˈpɛɱvurdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de functie van de persoon (man of vrouw) die de verslaglegging doet van een organisatie, zoals van een vereniging, stichting of commissie
    Het project kende één penvoerder die de inbreng van alle deelnemers ten behoeve van het conceptrapport verwerkte.
  2. schrijver van een stuk tekst
    De auteur spuugt niet alleen gal over vrouwen met een hoofddoek, maar ook over het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De organisatie moet volgens de penvoerder 'bestreden worden met hun achterlijk sociaal beleid voor die vluchtelingen'.
    De penvoerder van de Troonrede wordt steeds minder uitbundig. Er komt een einde aan de periode van de zeven steeds vetter wordende jaren. ,,De realiteit is ook dat Nederland in een fase van gematigder groei komt.’’