schrijver

mannelijk (de)/ˈs(x)rɛɪvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die schrijft
  2. beroep (beroep) een persoon die beroepsmatig schrijft
    Mijn buurman is schrijver.
    Vorige week was er op Catawiki een online-veiling met handschriften en eerste drukken van de verzamelaar, reiziger, schrijver en programmamaker Büch. Onder de parafernalia ook twee ingelijste fineliner-tekeningetjes van Drost: inderdaad fijn en vrolijk. de Volkskrant Arjan Peters5 december 2015 [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/in-depressieve-plinius-pinguin-een-zelfportret-zien~bc83f98c/ In depressieve Plinius Pinguïn een zelfportret zien]
    Het artikel was geschreven door Amy Morin, een Amerikaanse psychotherapeut en schrijver, die een checklist ontwikkelde van 13 dingen die mentaal sterke mensen karakteriseren.

Etymologie

*Afgeleid van schrijven .

Vertalingen

Engelswriter, author, writer
Fransauteur, écrivain
DuitsSchriftsteller, Autor
Spaansescritor, autor
Italiaansscrittore, autore
Portugeesescritor
Russischписатель
Turksyazar
Zweedsförfattare, skribent