pauwen

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoendervogels (hoendervogels) een geslacht van middelgrote hoendervogels, waarvan de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn twee soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus) en de groene pauw (Pavo muticus). Naast het geslacht Pavo bestaat er ook het pauwengeslacht met één soort: de congopauw (Afropavo congensis)

Etymologie

* "pauw" met de uitgang -en