pauwblauw
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de kleur groenachtig blauw die voorkomt in de staartveren van een mannetjes pauw
- een groenachtig blauwe kleur hebbendZe waren zondags gekleed, de vrouw in een ijselijk keurig gestreken pauwblauwe jurk, met zo’n door haarlak geschraagd kapsel dat ook in de stevige bries dapper standhield.[https://www.parool.nl/columns-opinie/jezus-mam-neem-dan-geen-slagroom-als-je-er-elke-keer-zo-n-rotzooi-van-maakt~b712574c/ www.parool.nl (24 jun 2025)]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek