patriciaat
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand met de rang of titel van patriciër
- de groep aristocraten die het bestuur van een samenleving leverenDirecte verkiezingen zouden het patriciaat de mogelijkheid ontnemen om het bestuur in vertrouwde handen te houden, en dat was nu precies wat de leider van de negenmannen, de Leidse hoogleraar Thorbecke, voor ogen stond.Hij is een van de wafelruiters, een zoon van de vroedschap Abbema, wel geen patriciaat doch een rijke zoon, met vele relaties.
Etymologie
* afleiding uit het Latijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek