patriciër
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanzienlijk persoon, burger, rijke koopman, regent, hoewel het niet om een adellijk persoon gaat is de persoon wel meestal afkomstig uit bepaalde families‘Hij gedraagt zich als een patriciër die zichzelf presenteert als een tribuun, aanhanger van een ongegeneerd populisme.’ ‘Hij heeft minder charisma dan wijlen John Kennedy en minder principes dan oud-premier Pierre Mendès France.’ de Standaard DINSDAG 16 MEI 2017De autobiografie is een uiteraard subjectieve maar volledig waarheidsgetrouwe en op naspeurbare feiten gebaseerde beschrijving van het leven van de onechte zoon van een Venetiaanse actrice en waarschijnlijk een patriciër, die ondanks zijn wat obscure afkomst dankzij zijn intelligentie, lef, nieuwsgierigheid, uiterlijk en aanpassingsvermogen in contact kwam met hertogen, koningen, keizerinnen en pausen. Volkskrant Jeroen van Merwijk 17 juni 2017
Etymologie
* uit het Latijn
Vertalingen
Engelspatrician
Franspatricien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek