passerdoos
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- doos met tekenbenodigdheden waarin ten minste één passer zit' Verschuur, met een kleur, stapte terug naar z'n plaats, en van alle kanten werd hem gevraagd: 'Wat wās het, wat krijg jij?' Maar de voorste jongen had al gelezen wat de meester achter Verschuurs naam zette, en in een wip wist de hele klas het: 'n passerdoos had Verschuur moeten vragen.Juist, waar Kees net over dacht; maar nu vond hij in-eens, dat een passerdoos ook een stomme keuze zou zijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek