passer

mannelijk (de)/ˈpɑsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie (astronomie) sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 13u35m en 15u26m en tussen declinatie −70° en −54°)
    Het sterrenbeeld Passer is vanuit de Benelux niet waar te nemen.

Etymologie

*leenvertaling van Latijn "Circinus", geschreven met een hoofdletter volgens

Vertalingen

EngelsCircinus