paspoortcontrole

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɑsportkɔnˌtrɔːlə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. identificatie met behulp van een door de overheid verstrekt reisdocument om na te gaan of iemand zijn reis mag voortzetten
    Jarenlang konden inwoners van Zweden en Denemarken de Sont-brug oversteken zonder hun paspoorten te laten zien. In ieder geval de komende zes maanden is nu wel paspoortcontrole ingesteld.