parkeren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (een voertuig) tijdelijk ergens plaatsen en laten staanHij leefde in een zelf verbouwde kampeerbus en kon dankzij een kleine Smart, dat hij op een trailer achter zijn bus aan trok, overal naar toe rijden als hij zijn kampeerbus een tijdje bij een van zijn vrienden voor de deur had geparkeerd.‘We zijn er.’ Jack parkeerde de auto naast de grensmuur.
Etymologie
*afgeleid van het Engels of van het Franse parquer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/parquer Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelspark
Fransgarer
Duitsparken, parkieren
Spaansaparcar, estacionar
Italiaansparcheggiare
Portugeesestacionar
Poolsparkować
Zweedsparkera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek