parfum

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantaardig of chemisch verkregen mengsel van opgeloste geurstoffen, bedoeld om een aangename geur te creëren
    Een aangenaam parfum.
    Welke soorten parfums zijn er?
  2. (meestal sterke en aangename) geur in het algemeen
    Het parfum dat naar kamfer, naar een inhalatiemiddel rook en waarvan mij alleen de codenaam was meegedeeld.
    De brief rook vaag naar een ongewoon parfum en had ezelsoren, alsof Marjorie Quick hem een paar dagen in haar handtas had bewaard, voordat ze uiteindelijk had besloten hem op de bus te doen.
  3. figuurlijk (figuurlijk) kenmerkende sfeer

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aangename geur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611

Vertalingen

Engelsperfume