parfait

mannelijk (de)/pɑrˈfɛ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een luxe ijssoort bestaande uit een mengsel van lucht, eidooier, room en suiker die zonder machine en in vele smaken gemaakt kan worden
    Ongeluk, of niet. Het maakt het gerecht er niet minder lekker om. Hieronder vind je een recept voor een kweeperen tarte tatin met bloedsinaasappelparfait en granaatappelgel. Tubantia Marie-Louise Hoogendoorn 02-12-18 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/deze-taart-was-een-ongelukje-of-is-het-vooral-een-mooi-verhaal-br-br-br~ab5e1a10/ Deze taart was een ongelukje (of is het vooral een mooi verhaal?)]
    Het dessert is net zo heerlijk als het er uit ziet: een parfait van vanille en pure chocolade met geschaafde chocolade karamel/zeezout, vergezeld door een kletskop, slagroom en gemarineerd rood fruit van het seizoen. Ter afsluiting een kop koffie, cappuccino, espresso of thee. Tubantia 17-08-18 [https://www.tubantia.nl/lezersmenu/lezersmenu-september-2018-dock-19-in-almelo~aa08291c/ Lezersmenu september 2018: Dock 19 in Almelo]
    Dat de chef van verrassende smaakcombinaties houdt, blijkt bij het dessert: parfait van nougat Montelimar, kruim van merinque, coulis van aardbeien, oude aceto balsamico en salamander (kroketje) van munsterkaas. Tubantia 01-11-18 [https://www.tubantia.nl/lezersmenu/lezersmenu-november-2018-bij-rozendaal-in-enschede~a61f4e53f/ Lezersmenu november 2018: Bij Rozendaal in Enschede]

Etymologie

* uit het Frans