Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

paragoge

mannelijk/vrouwelijk (de)/paraˈɣoɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordeinde
    Ook "dagt" (dag) met paragoge t is in het zeventiende-eeuws niet ondenkbaar.

Etymologie

* Leenwoord uit Laatlatijn paragōgē, ontleend aan Oudgrieks paragōgḗ (παραγωγή) ‘het langs het doel voeren, verlenging van woorden’, afgeleid van paragein ‘langs, verder voeren’.

Vertalingen

Engelsepithesis
Fransparagoge
DuitsEpithese
Spaansepítesis
Italiaansepitesi