apocope

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) deletie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordeinde

Etymologie

* Leenwoord uit Latijn apocopē, ontleend aan Oudgrieks apokopḗ (ἀποκοπή), afgeleid van apokóptein ‘afhakken, -houwen’.

Vertalingen

Engelsapocope
Fransapocope
DuitsApokope
Spaansapócope
Italiaansapòcope