papieren
/paˈpirə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met papier bekleden, in papier verpakkenWe hebben dus vaak mensen gevraagd om te komen wagenbouwen en dat hielp. Vooral omdat het natijd zo gezellig was, denken wij, was de opkomst het hele jaar door bijzonder hoog. Hierdoor is het ons gelukt om de wagen in een aantal weken te lassen, te papieren, te schilderen en het laatste weekend vol te maken met bloemen.
- (ov) van ruwhouten veilingkistjes voor groente en fruitZe papierde tomatenkistjes en raapte aardappelen van het land en ging achter op de kar mee naar de veiling.Ik was 8 jaar, toen stond ik al bakkies te papieren bij mijn vader in de schuur.
- (ov) (spreektaal) van wanden[http://www.vlaamswoordenboek.be/definities/term/papieren papieren (3 maart 2008) op website: vlaamswoordenboek.be]; geraadpleegd 2017-10-28Ik heb trouwens deze week niet echt veel tijd om op msn te komen ben papier aan het aftrekken in de keuken en zou graag nog een beetje schilderen alvorens te papieren dus nogal veel werk.
- (intr) en (ov), (spreektaal) (van een persoon) trillen, schuddenDoordat ik meer en meer dingen las, en ik meer en meer gelijkenissen zag begon zelfs mijn hart veel sneller te slaan, begonnen ik te trillen en volledig te papieren.Wil-je niet brave zijn, 'k ga-je papieren!
Etymologie
*[bijvoeglijk naamwoord, werkwoord] afgeleid van papier
Uitdrukkingen
- Een papieren tijger — Iets dat op het eerste gezicht veelbetekenend of dreigend/gevaarlijk e.d. overkomt, maar in de praktijk weinig of niets kan uitrichten
- Op een papieren zoldertje lopen — Veel risico nemen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek