pantry
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɑntri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein keukentje (op kantoor of in een vliegtuig) geschikt voor het maken van warme dranken en kleine maaltijdenDe pantry waar nog restanten staan van de kerstborrel en een kop soep waar inmiddels paddenstoelen op groeien, mag best nog even worden schoongemaakt voor de zomer.Een collega bracht de moeder met het kind naar de pantry van het vliegtuig, ‘waar ik de baby borstvoeding gaf’, zegt Organo, die zichzelf beschrijft als een voorstander van borstvoeding.
- provisiekamer
Etymologie
* uit het Engels
Vertalingen
Engelsscullery
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek