panter
mannelijk (de)/ˈpɑntər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) benaming voor verschillende grote katachtige roofdierenSommige panters zijn prachtige zwarte dieren, andere zijn gevlekt.
- luipaard, vooral de Aziatische variant
- jaguar
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Vertalingen
Engelspanther
Franspanthère
DuitsPanther
Spaanspantera
Italiaanspantera
Portugeespantera
Russischпантера
Chinees豹
Japansヒョウ
Koreaans표범
Turkspars, panter, leopar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek