paardrijles

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de keer dat men onderricht krijgt in het paardrijden
    We hadden geen geld voor paardrijles.
    De dokter neemt bij de deur afscheid. Of alle huisartsen in Italië op paardrijles zouden moeten? "Dat zou ideaal zijn. Maar het gaat er vooral om dat doktoren een link vinden met patiënten, waardoor ze minder als professionals worden gezien en meer als een vriend."