paardachtige

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onevenhoevigen (onevenhoevigen) zoogdier uit de familie van onevenhoevige zoogdieren. Tegenwoordig bestaat er nog slechts één geslacht, Equus. Tot de paardachtigen behoren vier groepen: de paarden, ezels, halfezels en zebra's. Wilde paardachtigen leven nog op grasvlakten in oostelijk en zuidelijk Afrika en Centraal-Azië, terwijl verwilderde paarden ook in Amerika en Australië voorkomen. Twee soorten, het paard en de ezel, zijn succesvol gedomesticeerd en worden wereldwijd gehouden, voornamelijk als last- en rijdier

Etymologie

* "paardachtig" met de uitgang -e