paardendek
onzijdig (het)/ˈpardə(n)ˌdɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stevig kleed om over de rug van een paard te leggenDit hol had een paardendek tot dak, schrijflessenaars tot muren en daarbinnen brandde een klein kacheltje in volle kracht; een zwart potje stond er op en een oude heks boog er zich overheen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek