overzijde
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈovərˌzɛidə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de andere kant dan waar men isOmdat de school aan de overzijde van het kanaal was, moest ik altijd de brug over.Met een polsstok naar de overzijde springen heet fierljeppen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek