overtreffen
/ˌovərˈtrɛfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een voorheen behaald niveau te boven gaanZij overtroffen daarmee een record dat lang standhield.Modern zijn betekent geloven dat we alles uit het verleden steeds weer kunnen overtreffen: er lijkt geen einde mogelijk aan de groei van onze nationale welvaart, kennis, technologie, politieke structuren en ons vermogen om ons, in de breedste zin van het woord, te ontplooien.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Uitdrukkingen
- de stoutste verwachtingen overtreffen — zo goed, dat kon niemand vermoeden
Vertalingen
Engelsexceed, surpass
Franssurpasser
Duitsübertreffen
Spaanssuperar, sobrepujar, exceder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek