tekortschieten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) onvoldoende of ontoereikend zijn, minder goed presteren dan verwacht
    De commissie kwam tot de conclusie dat het toezicht tekortschoot.
    Ik ben bang dat ik als mens tekortschiet.
    Haar neus ligt bijna op de stuurpen als ze de laatste krachten in het geteisterde gestel aanspreekt. Woorden schieten nu zelfs tekort. Een ijselijke kreet galmt over de weide op de top van La Planche des Belles Filles. ‘Aaaargh!’

Etymologie

*Van te kort schieten

Vertalingen

Engelsfall short