overspannen

/ˌovərˈspɑnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) te sterk uitrekken of buigen
    Doordat het touw werd overspannen knapte het.
  2. ov (ov) bedekken met iets dat wordt uitgespreid of uitgerekt
    Het is ze gelukt het hele stadion te overspannen.
werkwoord
  1. ov (ov) (van trekpaarden) voor een ander voertuig vastmaken

Etymologie

#(handel) overbelast, te actief (van een markt, de economie, enz.)

Vertalingen

Engelsoverstrained, overheated, overstrain
Franssurmené, surchargé, tendre trop
Duitsüberanstrengt, überfordert, überspannen
Spaansexagerado, sobreexcitado, sobrecargado