omspannen

/ˈɔmspɑnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets op een andere wijze inspannen, gewoonlijk een stel paarden
    Is de postkoets al omgespannen?
werkwoord
  1. ov (ov) op strakke wijze geheel omgeven
    Met zijn grote handen kon hij de boom maar met moeite omspannen.
    Hij had de boom omspannen met een stalen draad.
    De boom werd door hem omspannen.