overlappen
meervoud/ˌovərˈlɑpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) gedeeltelijk dubbel bedekkenIk overlap de randen van de geverfd[e] strepen aan beide kanten met 1 cm, zodat je de lelijke randen ook niet meer ziet.
- (ov) (figuurlijk) gedeeltelijk samenvallen
- (rcpq) elkaar ~ gedeeltelijk van twee zijden laagsgewijs bedekkenIn een venndiagram overlappen twee of meer figuren elkaar om de doorsnede van twee verzamelingen aan te geven.
werkwoord
- (ov) opnieuw met een doek schoonmaken
Etymologie
*[B] "overlap" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek