opvoedster

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die kinderen groot brengt en ze leert hoe je kunt leven
    Zijn hoogleraar Amy Chua, hoogleraar rechten en schrijfster van de bestseller Tijgermoeder – over haar rol als veeleisende opvoedster van haar kinderen – gaf hem het verstandige advies om niet blindelings naar de hoogste post te streven, maar rekening te houden met zijn persoonlijke leven en zijn partner. NRC Maarten Huygen 1 september 2016

Etymologie

* van opvoeden