opvoeden
/ˈɔpfudə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het vormen van een onvolwassene naar de normen en waarden van een samenlevingDe ouders trachtten wanhopig hun pleegkind op te voeden.Zo kwam ik bij de vraag: geloof ik in God? Hoewel ik protestant ben opgevoed en mijn hele leven als religieuze pelgrim op zoek naar God van kerk naar kerk zwierf ben ik nooit een grote fan van predikanten geweest.Wij hebben jullie zo goed mogelijk proberen op te voeden en hebben jullie zien groeien en bloeien.
Vertalingen
Engelsbreed, bring up, coach
Spaanscriar, educar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek