optiehandel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het handelen in de rechten om aandelen te mogen kopen of verkopen op een bepaald tijdstip tegen een bepaalde prijs
    Er is geen sprake van paniek, maar de handel is druk en nerveus. De VIX, de nervositeitsmeter die de bewegelijkheid meet in de Amerikaanse optiehandel, steeg met 22 procent en staat bijna op koortshoogte.
    De handel op de technologiebeurs Nasdaq heeft donderdag meerdere uren stil gelegen door een computerstoring. Na zowat tweeënhalf uur handel kwam het tot een totale stilstand, ook in de optiehandel liep niets meer. Pas een half uur voor beurssluiting kon de tweede grootste aandelenbeurs in de VS eindelijk hervatten.