optie
vrouwelijk (de)/ˈɔpsi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een van de keuzes die gemaakt kan wordenDe eerste optie bespaarde geld, maar had het risico dat het vaccin bij een pandemie niet meer op tijd geleverd zou kunnen worden.Aftreden is voor hem geen optie.Het contract heeft een looptijd van vier jaar met een optie voor verlenging van twee jaar.
- (effectenhandel) een contract dat de houder het recht geeft een bepaald goed te kopen of te verkopen tegen een vooraf bepaalde prijsHet bedrijf heeft een optie genomen op het terrein.De bestuursvoorzitter heeft opties uitgeoefend.
Etymologie
* wellicht via "option" van Latijn "optio", in de betekenis van ‘vrije keus’ voor het eerst aangetroffen in 1531
Vertalingen
Engelsoption, choice, election
Spaanselección, opción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek