opteren
/ɔpˈterə(n)/
Betekenis
werkwoord
- een keuze doen
werkwoord
- (ov) verteren, geheel opmaken, zodat er niets meer overblijft
- (ov) door teren opknappen
Etymologie
*[B] ópteren:
Vertalingen
Engelsuse up
Fransopter
Spaansoptar, acabar, apurar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek