oproepen

/ˈɔprupə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) doen verschijnen
    De regering riep alle weerbare mannen op voor de verdediging van het land.
  2. ov (ov) (gevoelens) veroorzaken
  3. mensen aanmoedigen om iets te doen of te laten
    Agractie-voorman Bart Kemp beschouwt de boeren die minister Van der Wal en verschillende Kamerleden bedreigen als eenlingen. Hij weigert een verzoek te doen om de bedreigingen en gewelddadigheden te stoppen. "Roep ik daartoe op dan? Ik heb nooit iets anders gedaan dan oproepen tot protest binnen de wettelijke grenzen," zegt hij tegen NU.nl.
    De brand ontstond bij het dorp Bordezac, bijna 100 kilometer ten noorden van Montpellier en de Middellandse Zee. Ongeveer honderd mensen moesten worden geëvacueerd en zijn ondergebracht in vakantiehuisjes en restaurants. Mensen in het zuiden van Frankrijk worden opgeroepen dit weekend voorzichtig te doen, omdat het risico op branden hoog blijft.

Vertalingen

Engelscall up
Duitsaufrufen, hervorrufen