oproep

mannelijk (de)/'ɔprup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dringende vraag om iets te doen
    De actie is dan ook niet bedoeld als schoonmaakactie, maar als oproep om de plastic filters te verbieden, zegt de organisatie in een persbericht.
    De uitspraak van vandaag versterkt de oproep tot hervormingen.
    De uitspraak van vandaag versterkt de oproep tot hervormingen.

Etymologie

* van oproepen.

Vertalingen

Spaansllamamiento