oprijzen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) in de hoogte stijgen, stijgend verschijnenDe volle maan, tragisch dien avond, was reeds vroeg, nog in den laatsten dagschemer opgerezen als een immense, bloedroze bol. [http://decornelia.nl/2011/plotseling/ Plotseling!]Het landschap strekte zich zacht golvend uit vanaf de Grote Aqua, de rivier die Nemo was overgestoken, tot aan de voet van de Bergen van Stilte, die hoog oprezen tegen het zachte blauw van de hemel. {{Aut|Herzen, Frank
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Duitsaufgehen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek