oppakken

/ˈɔpɑkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) pakken en oprapen
    Hij pakte de krant op en begon erin te lezen.
  2. ov (ov) (een idee of voorstel) gaan uitvoeren
    Dit is een heel goed idee, dat zullen we zeker oppakken.
  3. ov (ov) iemand gevangen nemen [http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/taalkwesties/a-az/tk-a0014.shtml VRTtaal.net: aanhouden / arresteren / oppakken]
    Er zijn door het regime van die dictator weer een aantal tegenstanders opgepakt.

Vertalingen

Duitsaufheben, aufnehmen, anpacken