opmarcheren
/ˈɔpmɑrˌʃerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- in het gelid ergens naartoe lopenLubonski en Bukowski als mannen van de Weichsel kozen voor Chopin en waren enthousiast toen de pianiste hem majestueus vertolkte, daarbij iedere verwijfdheid onderdrukkend die sommige critici constateerden en ze liet zijn muziek glorieus opmarcheren in een grootse traditie.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek