ophalen

/ˈɔphalə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een voorwerp of persoon bij iets/iemand vandaan halen
    Ze komen Caroline ophalen voor het slaapfeestje.
    Teresa ging het ophalen en rende de hele weg terug naar de finca, waar ze het aan Olive gaf, die aan de keukentafel met haar moeder erwten zat te doppen.
    Bij de receptie haalde ik meteen mijn langverwachte resupplydoos op.
  2. ov (ov) naar boven halen
  3. ov (ov) vergeten kennis of ervaringen weer bewust maken
    De deze week op 78-jarige leeftijd overleden Liesbeth List heeft een hoop mensen geraakt met haar stem, haar muziek en door wie ze was. NU.nl spreekt met verschillende artiesten en acteurs die speciale herinneringen aan haar ophalen.
  4. ov, onderwijs (ov), (onderwijs) een hoger cijfer verwerven voor iets
    Hij heeft zijn wiskunde aardig opgehaald.
  5. ov, informatica (ov), (informatica) een bestand van een computer of server naar een andere computer of server overbrengen

Uitdrukkingen

  • [2] de schouders ophalen
  • [2] uit het water ophalen
  • [2] de neus ophalen voor iets
  • [3] zijn aardrijkskunde ophalen
  • [3] herinneringen ophalen

Vertalingen

Engelsfetch, recouver, download
Fransrécupérer, recouvrir, télécharger
Duitsabholen, herunterladen, überspielen
Spaansrecoger