opfrissen

/ˈɔpfrɪsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. fris maken, prettiger leefbaar of toonbaarder maken
    Elke dag het ergste vuil eraf poetsen met een natte bandana of een plons in een rivier zijn meer dan voldoende om jezelf schoon te houden. Ook biologische zepen werden niet gewaardeerd in de natuur. Helemaal geen zeep gebruiken was het dwingende advies. Ik gebruikte de eerste paar weken natte doekjes om me ’s avonds op te frissen en het stof en zweet weg te vegen, maar vond de doekjes al snel te veel onnodig gewicht om met me mee te dragen.
  2. opnieuw paraat hebben wat je eerder hebt geweten, in geheugen roepen
    Ik moest mijn geheugen even opfrissen.

Etymologie

* van een werkwoord"