opfokken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. jonge dieren grootbrengen
  2. iemand boos maken
    Schaatscoach Jac Orie is altijd op zoek naar balans. Tussen spanning en ontspanning, hard trainen en rust houden, weinig of veel afleiding, oppeppen of afremmen. "Maar ik denk niet dat ik voor het olympisch kwalificatietoernooi mijn schaatsers hoef op te fokken."de Telegraaf 25 dec. 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/schaatsen/1472217/schaatsers-niet-opfokken-richting-okt 'Schaatsers niet opfokken richting OKT']
    "Een andere stemmer vindt dat de politie zich niet zo moet laten opfokken. "Meer trainen zodat ze zelfverzekerder worden lijkt me een must."de Telegraaf 13 jul. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/787741/uitslag-stelling-liever-meer-training-politie Uitslag stelling: Liever meer training politie]

Vertalingen

Engelsgrow, cultivate, raise