aanwakkeren
/ˈaɱwɑkərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- aansporenDe politicus probeerde de hulpvaardigheid van de mensen aan te wakkeren.
- sterker wordenToen ze hem zo liefdevol zijn moeder zag verzorgen werd haar liefde voor hem weer aangewakkerd.De wind wakkerde aanDe reclame- boodschappen sporen ons aan nieuwe verlangens te koesteren, het nieuws maakt ons woedend en van streek, onze geldingsdrang wordt aangewakkerd door wat we horen over collega's en kennissen.
- groter makenDe storm wakkerde het vuur weer aanErgens diep binnenin je bevindt zich daarentegen het oergevoel dat na elk bezoek aan de site meer aangewakkerd zal worden.De laatste drie jaar deelde Ex het directeurschap met Ina Klaassen. Ze noemt hem een visionair met lef. "Zijn eigenzinnige blik en bevlogen aanpak hebben de groei die het museum heeft doorgemaakt aangewakkerd en voortgestuwd."
Vertalingen
Engelsincrease
Franss'élever
Duitszunehmen
Spaansavivar, azuzar, animar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek