openstaand

/ˈopə(n)ˌstant/

Betekenis

werkwoord
  1. in een stand waardoor naar binnen gaan of kijken mogelijk is (van dingen die bedoeld zijn om naar binnen gaan of kijken te kunnen verhinderen)
    De inbreker klom door een openstaand raam het huis in.
    Onder zijn openstaand jasje droeg hij een ongestreken overhemd.
  2. niet gesloten
    Ze moesten wachten voor de openstaande brug.
  3. niet bezet
    Er zijn in ons bedrijf nog enkele openstaande vacatures.
  4. nog niet betaald (van een schuld)
    U moet nog een openstaand bedrag van 17 euro voldoen.

Etymologie

*openstaan met de uitgang -d