openbaring

vrouwelijk (de)/ˌopəmˈbarɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) laatste boek van de Bijbel
    In de Openbaring wordt het einde van de wereld voorspeld.

Etymologie

*leenvertaling van "Αποκάλυψη" (Apokálypsè) "openbaring", geschreven met een hoofdletter volgens ; (verkorting) van Openbaring van Johannes

Vertalingen

EngelsApocalypse
FransApocalypse
DuitsOffenbarung
SpaansRevelación, Apocalipsis
ItaliaansApocalisse
PortugeesApocalipse
Japans黙示録
PoolsApokalipsa Świętego Jana
ZweedsUppenbarelseboken
DeensÅbenbaring