opbouwen

/ˈɔbɔuwə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) maken uit losse onderdelen
    Tevens bestaat de mogelijkheid om uw fiets te laten opbouwen in onze werkplaats.
  2. ov (ov) laten ontstaan
    De overheid moet een begrotingsoverschot opbouwen om de pensioenen te vrijwaren.

Uitdrukkingen

  • een podium opbouweneen podium in elkaar zetten
  • een bedrijf opbouwenhet stichten en groter maken van een bedrijf

Vertalingen

Engelsbuild, build, build
Duitsaufbauen, aufstellen, aufbauen