Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
oorvinger
mannelijk (de)/ˈorvɪŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) vijfde vinger gerekend vanaf de duim, kleinste vinger van de hand{{ouds
Etymologie
*, omdat de dunste vinger geschikt is om in de gehoorgang te peuteren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek